Kinderen opvoeden is geweldig, maar ook ingewikkeld. Het moeilijkste van opvoeden is misschien wel dat je kind in elke leeftijdsfase iets anders van je vraagt. Net wanneer jij gewend bent aan een fase, dient de volgende zich alweer aan.

Een baby heeft verzorging nodig en laat dat merken door te huilen. Dat kun je niet plannen; het komt wanneer het komt, ook als jij net uitgeput in bed ligt. In deze periode leg je een belangrijke basis voor de rest van het leven van je kind. Krijgt het de liefde en aandacht die het nodig heeft? Is er liefdevolle, empathische interactie? Dan groeit je kindje op in veiligheid en krijgt het een stevige basis.

Met een jaar gaan kinderen lopen. Ze doen domme dingen, gooien glazen van tafel, laten vaasjes vallen of trekken een plantenbak om waardoor de modder door de kamer ligt. Vervelend, maar je snapt dat ze er niets aan kunnen doen. Ze zijn nog klein en kunnen bijna niet praten. Ook hier is goede afstemming en warme, empathische ondersteuning belangrijk. De eerste duizend dagen van een kind zijn cruciaal voor de verdere ontwikkeling. Heeft het kind liefde ervaren en een stimulerende, veilige omgeving? Dan kan het zich goed verder ontwikkelen.

De peuterfase: driftbuien en een groeiende eigen wil

Dan komen de terrible two’s. Nou ja, terrible… ze zijn ook ontzettend leuk. Je kind krijgt een eigen wil, is ondernemend en nieuwsgierig. Maar er zijn ook uitdagingen. Hoe ga je om met driftbuien?

Vanuit geweldloze communicatie met kinderen is het helpend om woorden te geven aan het gevoel dat jij denkt dat je kind op dat moment heeft. Je hoeft niet toe te geven aan wat je kind vraagt — of misschien wel krijst — maar je kunt wel begrip tonen.

Bijvoorbeeld: “Wow, ik hoor je hard schreeuwen. Ik denk dat je dat snoepje heel graag wilt hebben, hè? En nu je het niet krijgt, ben je boos en teleurgesteld.”

Je erkent de behoefte, zonder erin te hoeven meegaan. Dat is verbindend opvoeden: empathisch, duidelijk en zonder strijd.

Verbindend communiceren blijft werken — in elke leeftijdsfase

In elke nieuwe fase blijft deze manier van communiceren de beste manier om in verbinding te blijven met je kind. Je hoeft niet te straffen. Je kunt empathisch zijn, ook als je het niet met je kind eens bent. Dat begrip ervaart je kind dan ook.

Stel: je kind klaagt elke ochtend over buikpijn. Dat kan lichamelijk zijn, maar ook spanning omdat school spannend is. Je onderzoekt eerst of er iets lichamelijks speelt. Is dat niet zo, dan kun je erkenning geven:

“Oei, vind je het zo spannend om naar school te gaan? Wil je graag zeker weten dat het je gaat lukken met die sommen vandaag?”

Als je kind roept: “Ja! Ik wil niet naar die stomme school. Ik moet elke dag sommen maken die ik niet kan. Iedereen werkt en ik snap het niet!”

Dan kun je de hartenkreet herhalen: “Oei, dus je bent gespannen omdat je die sommen heel moeilijk vindt, en je ziet dat andere kinderen ze wel gewoon maken?”

Door dit begrip vermindert de spanning vaak al. Dan ontstaat ruimte om samen naar een oplossing te kijken:

“Zou je het fijn vinden als we samen even naar juf lopen om te vertellen dat je die sommen zo moeilijk vindt dat je er buikpijn van krijgt?”

En dan… de puberfase

Misschien denk je: Allemaal leuk en aardig, maar soms maak ik me zorgen over wat mijn kind doet. Dan kan ik niet alleen maar empathisch luisteren. Dat klopt. Soms is het nodig om ook jouw eigen gevoelens en behoeften te delen — niet dwingend, maar eerlijk en vanuit jezelf.

Voorbeeld: De slaapkamer van je tiener ziet eruit alsof er een bom ontploft is. Jij hecht aan orde en netheid (jouw behoefte) en zegt:

“He, ik wil graag een net en ordelijk huis en kan daar wel wat steun bij gebruiken. Ben je bereid om je kamer vanmiddag op te ruimen?”

Zoon: “Nee.”

Nu heb je twee keuzes.

Keuze 1: “Naar boven jij brutale vlegel, en je komt pas beneden als alles is opgeruimd.”

Keuze 2: “Wow, kun je mij uitleggen wat maakt dat je nee zegt?”

Zoon: “Ik wilde net gaan basketballen met mijn vrienden. We hebben om 14.00 uur afgesproken.”

Jij (empathisch): “O, dus je hebt afgesproken met je vrienden en daar wil je graag bij zijn. Jij wilt plezier maken, en ik wil graag hulp bij het ordelijk houden van het huis. Hoe kunnen we dit oplossen?”

Zoon: “Ik doe het vanavond voor ik naar bed ga.”

Jij: “Oké, weet je wat, dan help ik je mee.”

’s Avonds ruimen jullie samen op, muziekje aan — en het is nog gezellig ook.

De drie stappen van verbindend opvoeden

  1. Luister empathisch naar je kind Met volle aandacht luisteren, herhalen wat je hoort, en raden naar gevoelens en behoeften.
  2. Geef jouw eigen gevoelens en behoeften aan Eerlijk, zonder te dwingen.
  3. Zoek samen een oplossing Een oplossing die tegemoetkomt aan de behoeften van jullie allebei.

Is dit een toverformule? Nee. Is het het proberen waard? Ja.

Ik ben heel benieuwd wat het in jullie situatie oplevert.

Meer leren over geweldloze communicatie met kinderen?

Wil je meer weten over verbindend opvoeden, positief opvoeden of communicatie met kinderen? Kom naar mijn tweedaagse training of bestel mijn boek Weer blij met mijn klas — geschikt voor leerkrachten én ouders.

👉 Boek een coachingsgesprek over opvoeding Boek👉 Lees ook: Blog grenzen stellen, Grenzen stellen.De dubbele ik‑boodschapDe dubbele ik-boodschap, CoachingCoaching, Tweedaagse